HOME   FORMULIEREN   BESTUUR   LEDENADMINISTRATIE   INFO   SPORTHALLEN   REGELS   COMPETITIE   CLUBS   STRAFZAKEN   CONTACT

 
 SPELREGELS
 reglement Ľ spelregels Ľ reglement beker
 
Artikel 01 Het speelveld
Artikel 02 De bal
Artikel 03 De spelers (incl. de coach)
Artikel 04 De uitrusting
Artikel 05 De leiding van het spel
Artikel 06 De speeltijd
Artikel 07 Hoe de bal gespeeld mag worden
Artikel 08 Begin van het spel
Artikel 09 De bal in en uit het spel
Artikel 10 Het behalen van een doelpunt
Artikel 11 De intrap
Artikel 12 De hoekschop
Artikel 13 De doelworp
Artikel 14 De vrije schop
Artikel 15 De strafschop
Artikel 16 De scheidsrechtersbal
Artikel 17 Overtredingen en wangedrag
 
Artikel 01 Het speelveld


1. Afbakening
Het speelveld moet een rechthoek zijn, afgebakend door duidelijke lijnen, welke 5 cm breed dienen te zijn.
De lange lijnen heten zijlijnen, de korte lijnen heten doellijnen.
Het speelveld wordt door een lijn, evenwijdig aan de doellijnen en even ver van beide doellijnen verwijderd, in twee gelijke helften gedeeld. Deze lijn heet middenlijn.
Het middelpunt van het speelveld moet duidelijk zijn aangegeven; dit punt heet middelpunt en rondom dit punt moet een cirkel met een straal van 3 meter zijn getrokken.


toelichting:
Omtrent de kleur van de belijning zijn er geen voorschriften, daar deze afhankelijk is van de kleur van de vloer. De voorkeur gaat echter uit naar grijs/zwart of groen, eventueel geblokt. De voor zaalvoetbal voorts nog benodigde lijnen (strafschopgebiedlijnen) kunnen d.m.v. tape worden aangebracht.

2. Het doelgebied
Op elke helft van het speelveld wordt evenwijdig aan de doellijn, op een afstand van 6 meter voor het midden van het doel, een lijn getrokken van 3 meter lengte, die aan de uiteinden door kwartcirkels met de doellijn wordt verbonden.
De aldus begrensde gebieden heten doelgebieden.


3. Het strafschopgebied
Op elke helft van het speelveld wordt evenwijdig aan en op een afstand van 10 meter van de doellijn, een lijn getrokken, die beide zijlijnen verbindt.
De aldus begrensde gebieden heten strafschopgebieden.
Op elke helft van het speelveld wordt evenwijdig aan de doellijn, op een afstand van 7 meter voor het midden van het doel, een lijn getrokken van 1 meter lengte. Het midden van deze lijn is het strafschoppunt.


4. De vrije schoplijn (stippellijn)
Op elke helft van het speelveld moet evenwijdig aan en op een afstand van 3 meter van de lijnen, die de voorste begrenzing vormen van de doelgebieden, een onderbroken lijn worden getrokken. Deze lijnen eindigen op de zijlijnen. Deze lijnen heten vrije schoplijnen ook wel stippellijn genoemd.

5. Het doel
Op het midden van elke doellijn moet een doel worden geplaatst. De doelen zijn, aan de binnenkant van de palen gemeten, 3 meter breed en 2 meter hoog.
De doelpalen zijn vast verbonden door een dwarslat.
Doelpalen en doellat moeten een doorsnee hebben van 8 cm.
De doelen moeten zijn voorzien van een net; de diepte van de doelen dient ten minste 1 meter te zijn; de achterzijden van de doelpalen moeten samenvallen met de buitenzijden van de doellijnen.

toelichting:
1. In het algemeen zullen de in de sporthallen aanwezige doelen gebruikt worden. Deze hebben de gestelde afmetingen gelijk aan die voor zaalhandbal. Het doel dingt geplaatst te worden zoals aangegeven in een afzonderlijke tekening in de plattegrond. De kleur van het doel dient wit of rood -wit geblokt te zijn, afhankelijk van de muren of afscheidingen van het speelveld achter de doelen. Het doel dient in elk geval duidelijk zichtbaar te zijn.
2. De scheidsrechter dient zich voor aanvang van de wedstrijd ervan te overtuigen dat de doelnetten op de juiste wijze aan de doelen zijn bevestigd.


6. Doelvlak
Onder doelvlak wordt verstaan het vlak, dat wordt begrensd door de achterkant van de doelpalen, doellat en doellijn.

7. Materiaal
Indien in de betreffende sporthal of de gelegenheid, waarin zaalvoetbal wordt gespeeld, geen EHBO-kamer of goedgekeurde verbandtrommel aanwezig is, dient de organiserende afdeling bij wedstrijden voor de aanwezigheid van een verbandtrommel zorg te dragen.

 
Artikel 02 De bal
De bal moet rond zijn en de buitenbekleding moet van leer of ander goedgekeurd materiaal zijn.
Bij de samenstelling mag geen materiaal zijn verwerkt, dat gevaar oplevert voor de spelers.
Er wordt gespeeld met een plofbal nr. 4, waarvan de omtrek minimaal 61 cm en maximaal 63 cm bedraagt.
Tijdens de wedstrijd mag alleen met toestemming van de scheidsrechter een andere bal in het spel worden gebracht


OfficiŽle beslissingen
1. Indien de bal barst of leegloopt gedurende het spel, moet de wedstrijd worden gestopt. De wedstrijd wordt hervat met een scheidsrechtersbal op de plaats, waar de bal defect raakte.
2. Indien dit echter gebeurt tijdens een oponthoud in de wedstrijd (b.v. bij het nemen van een beginschop, doelworp, hoekschop, vrije schop, of strafschop), wordt de wedstrijd met een andere bruikbare bal hervat, naar gelang dit zou hebben plaatsgevonden, indien de bal niet was stukgegaan.
3. De bal mag niet te hard worden opgepompt; deze moet lichtelijk ingedrukt kunnen worden.
4. Het gebruik van een suŤde bal is niet toegestaan.
Een normale bal en/of semi plofbal is niet toegestaan.


toelichting:
1. Het kennen van de omtrek van de bal is van belang bij beginschop, vrije schop, hoekschop, strafschop en intrap, daar de bal eerst in het spel is, nadat hij een weg heeft afgelegd gelijk aan zijn omtrek (ongeveer 63 cm).
2. De bal blijft eigendom van de vereniging, stichting of organisatie die hem ter beschikking heeft gesteld. Na afloop van de wedstrijd moet hij aan de scheidsrechter ter hand worden gesteld.
3. De scheidsrechter moet zich voor het begin van de wedstrijd en telkens voor het gebruik van een andere bal, overtuigen of de bal, waarmee gespeeld zal worden, aan de voorschriften voldoet. De bal mag noch te hard noch te zacht zijn, evenmin te groot of te klein.
4. Het is gewenst, dat een wedstrijd zoveel mogelijk met een en dezelfde bal wordt gespeeld; moet tijdelijk een andere bal worden gebruikt, b.v. omdat de oorspronkelijke bal niet spoedig in het spel kan worden gebracht, dan moet de eerste bal weer worden gebruikt, zodra de omstandigheden dit toelaten. Bij de scheidsrechter ligt de beoordeling of tijdelijk een reserve bal mag worden gebruikt of dat gewacht moet worden op de oorspronkelijke wedstrijdbal.
5. De scheidsrechter is de enige die heeft te beoordelen of de bal aan de gestelde eisen voldoet.
 
Artikel 03 De spelers (incl. de coach)
1. Een partij bestaat uit een team van maximaal 5 spelers en maximaal 3 wisselspelers. Een wedstrijd wordt gespeeld door twee teams, elk bestaande uit maximaal 5 spelers, van wie 1 de doelverdediger moet zijn.
2. Een wedstrijd moet aanvangen met ten minste 4 spelers per team, waaronder een doelverdediger.
3. Elke team moet onder leiding staan van een coach en/of lijnrechter, waarvan de coach niet gerechtigd is als speler aan de wedstrijd deel te nemen en in het bezit te zijn van een geldige spelerskaart, elk team dient zorg te dragen voor een lijnrechter.
4. Een speler mag op elk moment op de daarvoor aangegeven plaats gewisseld worden met een wisselspeler
5. De doelverdediger mag gedurende de hele wedstrijd vervangen worden, indien aan de voorwaarden is voldaan. De plaats waar de wissels worden uitgevoerd, is maximaal een meter links respectievelijk rechts van het midden van de zijlijn op de eigen speelhelft, tenzij overmacht dwingt de wissels van beide partijen op een andere plaats uit te voeren.
6. De doelverdediger mag gedurende de wedstrijd slechts eenmaal vrijwillig vervangen worden.
Uitgezonderd bij straftijd of blessure van de doelverdediger.
7. De wisselspeler mag worden ingezet, zodra de te vervangen speler het speelveld heeft verlaten.
8. Een van de spelers van de partij moet als aanvoerder worden aangewezen en herkenbaar zijn aan het dragen van een band om de bovenarm, in kleur afwijkend van de kleur van het tenue.
9. Op de spelersbank mogen tijdens de wedstrijd plaats nemen, de coach, maximaal 3 wisselspelers en een verzorger. De coach dient steeds zodanig zijn plaats op deze bank in te nemen, dat hij aan de zijde van de tijdswaarnemer is gezeten, met uitzondering van de periode dat er gestrafte spelers op de bank plaats nemen, welke de plaats in dienen te nemen tussen de coach en tijdwaarnemer.
10. Een verzorger dient steeds herkenbaar te zijn aan het materiaal dat deze met zich brengt om deze taak te kunnen uitvoeren.

Straf
Gedurende de tijd, dat de bal in het spel is, wordt foutief wisselen van een speler bestraft met een vrije schop op de plaats, waar moet worden gewisseld.
Bij herhaling van foutief wisselen door dezelfde partij moet de betrokken wisselspeler bovendien worden bestraft met 2 minuten straftijd.

OfficiŽle beslissingen
1. Een vervangen doelverdediger mag als wisselspeler aan de wedstrijd deelnemen.
2. Wanneer tijdens de wedstrijd het aantal spelers per team definitief daalt tot minder dan 4 dan moet de wedstrijd worden gestaakt. Daalt het aantal spelers tijdelijk tot minder dan 4 omdat 1 of meer spelers gelijktijdig tijdstraf hebben, dan wordt normaal doorgespeeld, tenzij de scheidsrechter om andere redenen termen aanwezig acht, de wedstrijd definitief te staken.
3. Een door zijn aanvoerder uit het speelveld gestuurde speler is voor de rest van de wedstrijd uitgesloten, maar mag vervangen worden door een wisselspeler.
4. Bij het herhalen van foutief wisselen wordt steeds die speler bestraft, die op het moment van overtreding het speelveld betreedt.
5. Gewonde spelers, waarvoor door de scheidsrechter de wedstrijd is onderbroken, mogen op elke plaats het speelveld verlaten.
6. Op de bank voor de spelers mogen behalve de wisselspelers, de coach, eventueel gestrafte spelers en een verzorger, geen andere personen plaatsnemen.
7. De wisselspelers, gestrafte spelers en de coach op de bank naast secretaris/tijdwaarnemer mogen, evenals de spelers in het speelveld, zonder kennisgeving aan de secretaris/tijdwaarnemer de zaal niet verlaten.
8. Het verlaten van de zaal, zonder kennisgeving aan de secretaris/tijdwaarnemer, moet worden bestraft met uitsluiting van verdere deelname aan de wedstrijd
9. De secretaris/tijdwaarnemer ziet er op toe dat de vervangende doelman de juiste kleding draagt voor hij het speelveld betreedt. Met de juiste kleding wordt bedoeld tekst van het artikel 4, toelichting lid 2. Het wisselen of vervangen van de doelman mag geschieden op een moment dat het spel dood is, of tijdens een spelonderbreking, doch uitsluitend nadat de secretaris/tijdwaarnemer deze wissel middels een fluitsignaal aan de scheidsrechter kenbaar heeft gemaakt.
10. De doelverdediger mag na het berstrijken van zijn straftijd weer aan de wedstrijd deelnemen. Voor deze wissel wordt opnieuw een dood moment of spelonderbreking afgewacht. De secretaris/tijdwaarnemer ziet hier op toe en informeert de scheidsrechter van de wissel of vervanging, door middel van een fluitsignaal, zo spoedig mogelijk na het verstrijken van de straftijd.
11. Indien bij aanvang van een wedstrijd met minder dan het maximum aantal toegestane spelers is begonnen, is aanvulling van de partij tot het maximum toegestane aantal spelers toegestaan tot het einde van de wedstrijd, waarbij inbegrepen een eventuele verlenging.
12. Van deze aanvulling moet mededeling worden gedaan aan de secretaris/tijdwaarnemer.
13. Indien een speler die een tijdstraf uitzit zich zodanig misdraagt, dat definitieve verwijdering het gevolg is, dan mag deze speler niet meet deelnemen aan de wedstrijd. Zijn team mag weer worden aangevuld nadat de oorspronkelijk toegemeten straftijd, vermeerderd met de extra straftijd van 5 minuten verstreken is.
14. Indien een coach of verzorger zich tijdens een wedstrijd misdraagt of zich met de leiding van de wedstrijd bemoeit, kan de scheidsrechter hem voor de rest van deze wedstrijd van de spelersbank verwijderen.

toelichting:
1. Indien een speler reeds voor de aanvang van een wedstrijd door de scheidsrechter definitief verwijderd is, mag de betreffende partij aangevuld worden tot het maximum toegestane aantal spelers; de beginschop mag hiervoor niet worden uitgesteld. Een speler die verwijderd is nadat een wedstrijd is aangevangen, mag niet worden vervangen. Deze beslissing heeft geen betrekking op spelers voor een overtreding van regel 4.
2. Een wisselspeler is eveneens onderworpen aan het gezag en de rechtsbevoegdheid van de scheidsrechter, onverschillig of hij al dan niet aan de wedstrijd deelneemt.
3. Wordt gedurende de wedstrijd van doelverdediger gewisseld, dan is het noodzakelijk de nieuw optredende doelverdediger kleding aantrekt, waardoor hij van andere spelers en de scheidsrechter is te onderscheiden.
4. Indien gedurende een wedstrijd de aanvoerder uitvalt, moet een andere speler als aanvoerder aan de scheidsrechter worden opgegeven en de voorgeschreven aanvoerdersband overnemen.
5. In geval een wedstrijd moet worden beslist door het nemen van strafschoppen, dan mag de doelverdediger worden vervangen door een van zijn medespelers of doelverdedigers van zijn partij, die op het moment van het eindigen van de wedstrijd deel uitmaakten van het team.
6. Indien een foutieve wissel plaatsvindt gedurende de tijd, dat het spel dood is, wordt de wedstrijd hervat op reglementaire wijze, bijvoorbeeld: intrap, doelworp, strafschop, enz.
 
Artikel 04 De uitrusting
De gebruikelijke uitrusting van de spelers bestaat uit broek, shirt, kousen en schoeisel.
Dit schoeisel moet zijn goedgekeurd voor het spelen in sportzalen.
De doelverdediger moet kleding dragen, die hem onderscheidt van de overige spelers en de scheidsrechter. Een speler mag niets dragen, dat naar het oordeel van de scheidsrechter gevaar oplevert voor andere spelers.

Straf
Voor elke overtreding van deze regel moet de schuldige speler van het speelveld worden gezonden om zijn uitrusting in orde te brengen. Hij mag niet vervangen worden en niet in het speelveld terugkeren, alvorens zich bij de scheidsrechter te hebben gemeld, die zich ervan moet overtuigen, dat de uitrusting van de speler in orde is. De speler mag slechts in het speelveld komen op een ogenblik, dat de bal niet in het spel is.

OfficiŽle beslissingen
1. De aanvoerder van een partij moet kenbaar zijn aan het dragen van een band om de bovenarm, in kleur afwijkend van de kleur van het tenue.
2. De spelers die aan een wedstrijd deelnemen, zijn verplicht het tenue te dragen van de club waarvoor zij spelen.
3. Indien twee partijen een wedstrijd tegen elkaar spelen, waarvan de kleuren van de tenues, naar het oordeel van de scheidsrechter te weinig verschillen, dan moet de in het programma eerstgenoemde partij een tenue in een andere kleur dragen, voldoende afwijkend van dat van de tegenpartij.
4. Indien de scheidsrechter van oordeel is dat een speler iets bij zich draagt, dat letsel aan een andere speler kan veroorzaken, moet hij hem opdracht geven dat te verwijderen. Wanneer de speler weigert om deze opdracht op te volgen, dan mag hij niet langer aan de wedstrijd deelnemen en mag hij ook niet vervangen worden.

toelichting:
1. Let er op, dat de spelers geen voorwerpen dragen die voor anderen gevaarlijk kunnen zijn. Indien een speler op doktersvoorschrift b.v. een gipsverband draagt om verder letsel te voorkomen, heeft alleen de scheidsrechter het recht om te oordelen of het verband gevaar oplevert voor de andere spelers.
2. Het is voorgeschreven, dat doelverdedigers door de kleur van hun tenue te onderscheiden zijn van andere spelers en van de scheidsrechter. Bij een opeenhoping van spelers van het doel wordt het de scheidsrechter daardoor mogelijk onmiddellijk te beoordelen, of het wel de doelverdediger is die van het voorrecht gebruik maakt om de zich binnen zijn doelgebied bevindende bal met de hand of arm te spelen.
3. Wordt tijdens de wedstrijd van doelverdediger gewisseld, dan moet de scheidsrechter verlangen dat ook de nieuwe doelverdediger een tenue draagt, dat hem onderscheidt van de overige spelers en de scheidsrechter.
 
Artikel 05 De leiding van het spel
Elke wedstrijd wordt geleid door een scheidsrechter. Hij wordt hierbij geassisteerd door een secretaris/tijdwaarnemer en twee doel - /grensrechters. Zijn rechtsbevoegdheid en de macht, hem toegekend door de spelregels, nemen een aanvang zodra hij het speelveld betreedt, en eindigen als de partijen die onder zijn leiding hebben gespeeld, de zaal hebben verlaten. Zijn macht tot straffen strekt zich ook uit tot overtredingen, begaan tijdens onderbrekingen van de wedstrijd of wanneer de bal uit het spel is. Zijn uitspraak ter zake van spelaangelegenheden is beslissend voor wat betreft het resultaat van de wedstrijd.

De taak van de scheidsrechter
1. Hij houdt de hand aan de spelregels en beslist over elk punt van de regels, waarover verschil van mening kan zijn.
2. Hij behoeft niet te straffen in gevallen, waarin hij overtuigd is dat, door te straffen, het overtredende team daaruit voordeel zou trekken. Dit ontheft hem echter niet van de verplichting, de speler die op een overtreding begaat, welke met een tijdstraf bestraft moet worden, op een later tijdstip alsnog deze tijdstraf op te leggen. Daartoe zal hij op het moment van de overtreding een hand boven zijn hoofd opheffen en, teneinde de betrokken speler uit het speelveld te verwijderen, de wedstrijd eerst dan onderbreken, nadat hij het resultaat van de aanval heeft afgewacht ofwel nadat de bal in het bezit van de tegenstander is gekomen, in het laatste geval dient de wedstrijd te worden hervat met een scheidsrechtersbal.
3. Hij controleert voor het begin van de wedstrijd de bal, het speelveld, de bevestiging van de doelnetten en de uitrusting van de spelers.
4. Hij geeft aan, welk team de wedstrijd na een onderbreking moet hervatten, door met zijn arm gestrekt naar het doel van de tegenstander te wijzen.
5. Hij moet niet toestaan, dat zonder zijn toestemming anderen dan de spelers het speelveld betreden.
6. Hij moet de wedstrijd direct onderbreken, indien naar zijn mening een speler ernstig gewond is.
7. Hij geeft door het opsteken van zijn vingers aan, hoeveel strafminuten een speler krijgt. Hij wacht met het hervatten van de wedstrijd tot de gestrafte speler het speelveld heeft verlaten en zal, indien noodzakelijk, de secretaris/tijdwaarnemer opdracht geven de speeltijd stop te zetten.
8. Hij geeft alleen een fluitsignaal:

a) Bij het begin van de wedstrijd (eerste en tweede helft);
b) Bij het toekennen van een doelpunt;
c) Bij het hervatten na een doelpunt;
d) Bij het nemen van een strafschop;
e) Bij het overtreden van regels;
f) Als hij het noodzakelijk acht, om welke redenen dan ook, de wedstrijd te onderbreken;
g) bij het hervatten van de wedstrijd na een onderbreking, waarvoor door de secretaris/tijdwaarnemer in zijn opdracht de speeltijd is stopgezet.

9. Hij heeft de volgende machtsmiddelen:

a) Het geven van vrije schoppen;
b) Het geven van een vermaning;
c) Het tijdelijk verwijderen van spelers (2 of 5 minuten);
d) Definitief verwijderde spelers mogen na 5 minuten vervangen worden;
e) Het definitief staken van de wedstrijd;

10. De scheidsrechter heeft het recht een doel -/grensrechter te corrigeren en hem zonodig van zijn taak te ontheffen; hij heeft dan verder het recht zelf een andere doel -/grensrechter aan te stellen.

OfficiŽle beslissingen
1. De macht van de scheidsrechter over de spelers beging vanaf het moment, dat hij het speelveld betreedt. De scheidsrechter is wel gerechtigd een speler uit te sluiten van het deelnemen aan de wedstrijd, doch de bevoegdheid voor het toepassen van spelstraffen (vrije schoppen e.d .) is beperkt tot de speelduur van de wedstrijd het begint dus zodra het fluitsignaal voor het nemen van de beginschop gegeven is.
2. Spelers die voor het beginsignaal worden uitgesloten, mogen vervangen worden.
3. Zolang de wedstrijd na een onderbreking niet is hervat, kan de scheidsrechter zijn beslissing herroepen.
4. Bij zowel definitief wegzenden van spelers, coaches of verzorgers als bij het tijdelijk of definitief staken van de wedstrijd moet de scheidsrechter binnen 3 werkdagen hiervan kennis geven aan de bond, onder de rechtsbevoegdheid waarvan de wedstrijd wordt gespeeld. Dit geld eveneens voor de spelers als bedoelt in officiŽle beslissing nr. 2.
5. De scheidsrechter moet zich door zijn kleding onderscheiden van de kleuren, welke de partijen dragen; bij voorkeur dient hij zwart te dragen.
6. Ingeval de aangewezen scheidsrechter op het vastgestelde aanvangsuur niet aanwezig is, doch een andere scheidsrechter, niet lid van een van de betrokken clubs, bereid is als zodanig op te treden, dan zijn de clubs verplicht deze scheidsrechter te aanvaarden. Is echter geen scheidsrechter aanwezig, dan moeten de aanvoerders onderling iemand tot scheidsrechter kiezen; zulks dient op straffe van ongeldigheid van de wedstrijd voor de aanvang van de wedstrijd op het wedstrijdformulier te worden vermeld en door beide aanvoerders te worden ondertekend. De gekozen scheidsrechter moet lid zijn van de organiserende bond. De scheidsrechter onder wiens leiding de wedstrijd is aangevangen, is bevoegd tot het einde te fungeren.
7. Een volgens voorgaande officiŽle beslissing gekozen scheidsrechter mag indien hij dit wenst op een later tijdstip de leiding van de wedstrijd overdragen aan de officieel aangewezen scheidsrechter, met dien verstande dat het bereikte resultaat bij de overdracht gehandhaafd blijft.
8. De scheidsrechter moet van onbehoorlijk gedrag of wangedrag van toeschouwers, officials, spelers, wisselspelers, coaches en verzorgers, binnen 3 werkdagen rapport uitbrengen aan de bond, onder de rechtsbevoegdheid waarvan de wedstrijd werd gespeeld.
9. Doel -/grensrechters en de secretaris/tijdwaarnemer zijn assistenten van de scheidsrechter. De scheidsrechter mag in geen geval afgaan op het advies van de doel -/grensrechter, indien hij zelf het voorval heeft gezien en hij vanuit zijn positie beter in staat is te beoordelen. Niettemin mag de scheidsrechter advies van de doel -/grensrechter inwinnen en daar naar handelen.
10. De regels van het spel hebben de bedoeling om de wedstrijd met zo weinig mogelijk onderbrekingen te doen plaatsvinden en daarom is het de taak van de scheidsrechter alleen opzettelijke overtredingen van de regels te bestraffen. Een herhaaldelijk fluiten voor onbeduidende en twijfelachtige overtredingen veroorzaakt ontstemming bij de spelers.
11. Indien de scheidsrechter de voordeelregel heeft toegepast na een overtreding, welke met een tijdstraf bestraft moet worden en hij daartoe de hand boven het hoofd heeft opgeheven, zou het mogelijk kunnen zijn dat een coach snel de te straffen speler heeft gewisseld. In dat geval zal de scheidsrechter, zodra hij de wedstrijd onderbreekt, toch de betrokken overtreder alsnog naar de strafbank verwijzen en de coach de gelegenheid geven om een speler uit het speelveld te nemen en deze op de wisselbank te laten plaatsnemen; het team van de betrokken overtreder zal dan alsnog gedurende het ondergaan van de tijdstraf met een speler minder moeten spelen.

toelichting:
1. De functie, die de scheidsrechter vervult, is van tweeŽrlei aard. Hij is niet alleen de leider van de wedstrijd, bekleed met grote macht en bevoegdheden, maar ook de vertegenwoordiger van de bond of van het lichaam onder de rechtsbevoegdheid waarvan de wedstrijd plaats vindt. Als leider behoort hij een grondige kennis van de spelregels te bezitten en deze weten toe te passen in de geest waarin het zaalvoetbalspel dient te gespeeld zonder vrijheid evenwel eigen opvattingen erop na te houden, indien deze niet in overeenstemming zijn met de spelregels of de officiŽle uitleg daaraan gegeven. Als vertegenwoordiger van de bond behoort de scheidsrechter de reglementen, bestuursbesluiten, instructies en alles wat op het spel betrekking heeft, nauwgezet na te leven.
2. Wanneer de scheidsrechter overweegt de wedstrijd tijdelijk of definitief te staken door overlast van het publiek of anderszins, dan moet hij de hem toegekende macht met beleid gebruiken; zijn optreden moet zich dan richten naar de omstandigheden waarin hij zich bevindt. Soms is een onmiddellijk ingrijpen vereist, soms doet hij er verstandig aan het publiek gelegenheid te geven tot kalmte en bezinning te komen.
3. De scheidsrechter moet zich er van onthouden met spelers te redetwisten over zijn beslissingen; kritiek of commentaar daarop moet hij onmiddellijk de kop indrukken; ook moet hij niet ingaan op verzoeken om zijn beslissingen te wijzigen. Als de scheidsrechter een beslissing heeft genomen, behoren de spelers zich daarbij neer te leggen; maakt een speler door woord of gebaar zijn misnoegen kenbaar, dan valt dat onder onbehoorlijk gedrag. Op een beleefd door een aanvoerder gestelde vraag om inlichtingen is de scheidsrechter verplicht te antwoorden, doch hij moet dat kort en bondig doen.
4. Om misverstanden te voorkomen zal de scheidsrechter er goed aan doen zich een fluit aan te schaffen, waarmee een duidelijk, goed hoorbaar signaal kan worden gegeven. Is de bal buiten het spel, bijv. duidelijk over zij-/of doellijn gegaan, dan mag niet worden gefloten, evenmin wanneer in die gevallen de bal weer in het spel wordt gebracht. Handgebaren dienen duidelijk te zijn, zodat een ieder onmiddellijk kan zien wie recht heeft op een intrap, vrije schop, doelworp, hoekschop of doelpunt.
5. De rechtsbevoegdheid van de scheidsrechter geldt niet slechts voor de spelers, die aan de wedstrijd deelnemen, doch ook voor de wisselspelers, coaches en verzorgers.
6. Elk wangedrag tegenover de scheidsrechter buiten het speelveld moet aan de bond worden gerapporteerd, alsof de overtreding op het speelveld was begaan, derhalve ook indien dit heeft plaatsgehad voor de wedstrijd of na afloop daarvan.
7. Vermijd het wijzen naar of het aanraken van een speler; zelfs indien het de bedoeling is een speler iets aan het verstand te brengen.
8. De scheidsrechter moet niet met een verontschuldiging genoegen nemen; ook na de afloop van de wedstrijd mag de scheidsrechter zich er niet toe lenen om voorvallen voor de bond te verzwijgen, zelfs niet indien een verzoek daartoe van beide partijen uitgaat.
9. Onderdruk gemeen en ruw spel zodra dit zich voordoet, onder meer door het geven van vrije schoppen en tijdstraffen. Houd de teugels strak, vooral in het begin van de wedstrijd en in het begin van de tweede speelhelft.
10. Indien de scheidsrechter bij het betreden van het speelveld constateert, dat spelers onderling handgemeen hebben, dan kan hij de betrokken spelers verbieden aan de wedstrijd deel te nemen. Hierover dient gerapporteerd te worden aan de bond. De weggezonden spelers mogen worden vervangen. Met nemen van de beginschop mag niet op de vervangende spelers worden gewacht. Is een speler verwijderd nadat de beginschop is uitgevoerd, dan mag hij niet meer worden vervangen.
11. Indien naar het oordeel van de scheidsrechter een speler ernstig geblesseerd is, moet de wedstrijd worden onderbroken en de betrokken speler slechts licht gewond is, mag de wedstrijd niet worden onderbroken. Indien op het ogenblik dat de scheidsrechter de wedstrijd onderbrak wegens een verwonding, de bal in het spel was, vindt de hervatting van de wedstrijd plaats door een scheidsrechtersbal.
12. Het toepassen van de voordeelregel, als bedoeld in "de taak van de scheidsrechter" onder punt 2, eist een wijs inzicht en oordeel van de scheidsrechter. Het is namelijk beslist niet de bedoeling, dat deze voordeelregel er toe zal gaan leiden, dat regelmatig de begaande overtredingen niet worden bestraft. Integendeel, de scheidsrechter moet in het algemeen de overtredingen normaal blijven bestraffen. Alleen echter, indien na een overtreding het niet-overtredende team de bal in het bezit krijgt en aar het oordeel van de scheidsrechter daarna een reŽle mogelijkheid heeft om tot het opbouwen van een zodanig goede aanval te komen, dat daaruit een doelrijpe scoringskans kan ontstaan, dient de scheidsrechter de voordeelregel te hanteren.

Advies aan de scheidsrechter
Gebleken is, dat het diagonale systeem van verplaatsen en volgen van de wedstrijd in het zaalvoetbal storend is. Derhalve dienen de scheidsrechters daarbij zoveel mogelijk aan de rand van het speelveld te blijven en, indien wenselijk, zich van de ene rand van het speelveld naar de andere te verplaatsen op momenten dat het spel dood is. Voorts moeten de doel -/grensrechters zich opstellen op de snijpunten van doel - en zijlijn, en wel diagonaal ten opzichte van elkaar.

De taak van de scheidsrechter/tijdwaarnemer
1. Hij houdt de gespeelde tijd bij en geeft een teken voor het einde van de eerste speelhelft en het einde van de wedstrijd middels een hoorbaar signaal.
2. Hij houdt aantekening van het aantal behaalde doelpunten.
3. Hij houdt toezicht op het correct uitvoeren van de wissels. Foutief wisselen geeft hij aan d.m.v. een fluitsignaal. Betreft het evenwel een verkeerd uitgevoerde wissel, waarbij de niet-overtredende partij voordeel zou kunnen behalen, dan brengt de secretaris/tijdwaarnemer dit onder de aandacht van de coach van de betreffende partij, zonder de wedstrijd te onderbreken. Bij herhaling van foutief wisselen door dezelfde partij, zal hij d.m.v. een fluitsignaal, na eventueel de voordeelregel te hebben toegepast, de wedstrijd onderbreken en de scheidsrechter er op attenderen, dat een tijdstraf moet worden toegepast.
4. Hij houdt toezicht op tijdelijk uit het veld gestuurde spelers, die moeten plaatsnemen tussen hem en de coach. Hij houdt de straftijd bij en geeft de betrokken spelers een teken, wanneer deze weer aan de wedstrijd mogen deelnemen.
5. Hij let tevens op de gedragingen van de coaches, de spelers en verzorgers op de wisselbanken. Op deze banken mogen geen andere personen plaatsnemen.
6. De plaats van de secretaris/tijdwaarnemer is bij het midden van de zijlijn. Aan weerszijden van de secretaris/tijdwaarnemer bevinden zich de banken voor de gestrafte spelers, de wisselspelers met hun coaches en verzorgers.

OfficiŽle beslissing
Mocht een van de personen op de wissel - of strafbanken zich schuldig maken aan onbehoorlijk gedrag of wangedrag, dan moet de secretaris/tijdwaarnemer dit onder de aandacht van de scheidsrechter brengen, waarna deze laatste de nodige maatregelen treft.

toelichting:
De nodige maatregelen, als bedoeld in bovenstaande officiŽle beslissing, zijn:

A. Voor een speler, die reeds een tijdstraf heeft, een extra tijdstraf of definitieve verwijdering;
B. Voor een wisselspeler een vermaning of definitieve verwijdering, echter nimmer een tijdstraf;
C. Voor een coach of verzorger een vermaning of definitieve verwijdering.

De taak van de doel/grensrechter
De doel -/grensrechters hebben tot taak aan te geven, wanneer de bal buiten het speelveld is en welk team het recht heeft op een hoekschop, doelworp of intrap, en wanneer een doelpunt is behaald. De beslissing hieromtrent berust bij de scheidsrechter. Zij moeten bovendien de scheidsrechter bijstaan, opdat de wedstrijd overeenkomstig de regels wordt geleid.

Het seinmiddel voor de doel -/grensrechter is de arm:

a) Een doelpunt geeft hij aan door met de arm naar het midden van het speelveld te wijzen;
b) Een hoekschop geeft hij aan door met de arm naar de dichtstbijzijnde hoek van het speelveld te wijzen;
c) Een doelworp geeft hij aan door met de arm met gestrekte arm naar het doel te wijzen;
d) Een intrap geeft hij aan door met gestrekte arm te wijzen naar het doel van het team, dat niet mag intrappen;
e) Indien hij om welke reden dan ook de aandacht van de scheidsrechter wil trekken, moet hij de arm omhoog steken. Gaat de scheidsrechter niet op zijn teken in, dan moet hij de arm onmiddellijk omlaag brengen. Het is hem echter niet toegestaan het speelveld te betreden.
 
Artikel 06 De speeltijd
De speeltijd wordt vastgesteld door de organiserende instantie.
1. De speeltijd gaat in bij het fluitsignaal van de scheidsrechter.
2. Het einde van de eerste speelhelft en het einde van de wedstrijd geeft de secretaris/tijdwaarnemer aan d.m.v. een duidelijk hoorbaar signaal.
3. Bij andere dan uit spelregels voortvloeiende onderbrekingen, wordt de speeltijd stilgezet. Beslissing hierover berust bij de scheidsrechter, die dit kenbaar maakt aan de secretaris/tijdwaarnemer.
4. De speelhelften worden zonodig verlengd voor het nemen van een strafschop.

Officiele beslissingen
1. De secretaris/tijdwaarnemer dient te allen tijde het einde van de speelhelft middels een hoorbaar signaal kenbaar te maken, ongeacht het feit of deze speelhelft moet worden verlengd voor het nemen van een strafschop.
2. Het gebruik maken van een elektronische klok in de zaal is alleen toegestaan indien de secretaris/tijdwaarnemer deze zelf bedient of rechtstreeks invloed kan uitoefenen op de bediening hiervan.
 
Artikel 07 Hoe de bal gespeeld mag worden
Door de veldspelers
De bal mag door de veldspelers op elke wijze gespeeld worden. Verder mag de speelwijze geen gevaar opleveren voor de tegenstander. Het opzettelijk spelen van de bal met de armen enz. blijft gelijk aan hetgeen in de spelregels zaalvoetbal wordt beschreven.

Door de doelverdediger
Voor de doelverdediger geldt hetzelfde als voor de veldspelers (zie boven), met dien verstande dat hij, nadat de bal de doellijn is gepasseerd, deze opnieuw in het spel brengt middels een doelworp, met 1 of 2 handen (zie artikel 13 de doelworp). Het vanuit de handen wegtrappen van de bal is niet toegestaan.

Nadat de doelverdediger zijn doelworp heeft voltooid, mag hij de bal niet meer met zijn handen beroeren (dus ook niet meer binnen zijn doelgebied), tenzij een tegenstander de bal het laatst heeft geraakt en/of er sprake is van een doelpoging, waarbij hij de bal afweert en deze binnen zijn eigen doelgebied blijft. Medespelers mogen vanuit elk punt binnen het speelveld op hem terugspelen. Hierbij mag hij, de bal uitsluitend met zijn voeten beroeren. Het terugkoppen wordt ook als terugspelen beschouwd en als zodanig bestraft.

Straf
Voor overtreding van deze regel krijgt de overtredende doelverdediger een officiŽle waarschuwing en een vrije trap tegen, op de vrije schoplijn, ter hoogte van de plaats van de bal de doellijn heeft gepasseerd. Bij herhaling een strafschop tegen en twee minuten straftijd.

OfficiŽle beslissingen
1. Indien het opzettelijk spelen van de bal met de hand of de arm een vorm van spelbederf is dan moet dit niet alleen bestraft worden met een vrije schop c.q. strafschop, doch tevens met 2 minuten straftijd.
2. Indien de doelverdediger naar het oordeel van de scheidsrechter de bal opzettelijk aan het spel onttrekt, wordt dit beschouwd als onbehoorlijk gedrag en moet hij bestraft worden met een vrije schop en 2 minuten straftijd.

toelichting:
1. Het is de doelverdediger toegestaan een zich in zijn doelgebied bevindende bal met de hand of de arm te spelen, terwijl hij zelf geheel of met enig deel van zijn lichaam buiten het doelgebied verblijft; de plaats van de bal is derhalve bepalend.
2. Onder spelbederf moet o.a. worden verstaan:

a) Het opvangen en daardoor aan het spel ontrekken van de bal (dit geldt niet voor de doelverdediger binnen zijn eigen doelgebied);
b) Het op zodanige wijze met de hand of de arm spelen c.q. stompen van de bal (b.v. In de tribune). Dat deze daardoor aan het spel wordt onttrokken;
c) Het bij herhaling spelen van de bal met de hand of arm door dezelfde speler.

3. Wanneer een speler vreest een van dichtbij hard geschoten bal tegen het gezicht te krijgen en geen gelegenheid heeft deze te ontwijken, maakt hij meestal een afwerende beweging met hand of armen, hetgeen als een onwillekeurige beweging is te beschouwen. In een dergelijk geval moet de scheidsrechter niet straffen wanneer de bal zijn hand of arm zou treffen.
4. Het is vrijwel ondoenlijk om exact te omschrijven, wat verstaan wordt onder "het door de doelverdediger de bal naar het oordeel van de scheidsrechter opzettelijk aan het spel onttrekken". Zoals bedoelt in officiŽle beslissing nr. 2. De beoordeling van de strafbaarheid moet aan het wijs beleid en goed inzicht van de scheidsrechter worden overgelaten.

Voorbeelden van dergelijk onbehoorlijk gedrag zijn:
a) Het, naar het oordeel van de scheidsrechter, regelmatig langer dan redelijk is voor een normale voortgang van de wedstrijd, door de doelverdediger met de bal in de hand(en) binnen het doelgebied blijven staan, als vorm van tijd rekken.
b) Het naar het oordeel van de scheidsrechter, regelmatig, zonder enige actie, met de bal te lang onder de voet blijven staan is een vorm van tijdtrekken cq. spelbederf (3 sec).
 
Artikel 08 Begin van het spel
1. Het eerste in het programma genoemde team neemt de beginschop.
2. Nadat de scheidsrechter daartoe een fluitsignaal heeft gegeven, begint de wedstrijd doordat een speler de op het middelpunt van het speelveld liggende bal trapt in de speelhelft van de tegenstander of eigen speelhelft. Iedere speler moet op zijn eigen speelhelft staan en iedere tegenstander van de nemer van de beginschop moet op een afstand van ten minste 3 meter van de bal blijven, totdat de beginschop genomen is; de bal wordt geacht in het spel te zijn, als deze zich heeft verplaatst over een afstand van plus minus 65 cm. De beginschop dient binnen 3 seconden na het fluitsignaal te worden genomen. De nemer van de beginschop mag de bal niet voor de tweede maal spelen, voordat deze door een andere speler is gespeeld of aangeraakt.
3. Na het behalen van een doelpunt wordt de wedstrijd hervat met een beginschop door een speler van het team, waartegen het doelpunt is behaald.
4. Na de eerste speelhelft wordt van doel verwisseld en wordt de beginschop genomen door het andere team dan dat, hetwelk zulks deed bij de aanvang van de wedstrijd.

Straf
Voor een overtreding van deze regel moet de overtreder bestraft worden met een vrije schop.

Officiele beslissing
De beginschop mag door niemand anders genomen worden dan door een speler die deelneemt aan de wedstrijd. Uit de beginschop kan niet rechtstreeks worden gedoelpunt.

toelichting:
1. De speeltijd gaat in op het moment, dat de scheidsrechter een fluitsignaal geeft voor het nemen van een beginschop.
2. De vrije schop naar aanleiding van overtredingen bij de beginschop mag in alle richtingen worden gespeeld.
3. Wordt de bal rechtstreeks uit de beginschop in het doel geschoten dan moet de scheidsrechter een doelworp geven.
 
Artikel 09 De bal in en uit het spel
De bal is uit het spel:
a) Indien dit geheel en al over de doellijn of zijlijn is gegaan
b) Indien deze het plafond boven het speelveld heeft geraakt
c) Indien de wedstrijd door de scheidsrechter is onderbroken.
d) Indien de wedstrijd door de secretaris/tijdwaarnemer is onderbroken;

Op elk ander ogenblik van de wedstrijd is de bal in het spel, dus ook:
a) Indien deze van een doelpaal of doellat in het speelveld terugspringt
b) Indien deze terugspringt van de scheidsrechter of een doel -/ grensrechter, indien zij zich in het speelveld bevinden;
c) Ingeval van veronderstelde overtreding van de spelregels, totdat de wedstrijd door de scheidsrechter is onderbroken.

OfficiŽle beslissingen
1. Komt de bal voordat deze geheel en al de zijlijn is gepasseerd, tegen een nog buiten het speelveld staande wisselspeler, dan moet de scheidsrechter de wedstrijd onderbreken en hervatten met een scheidsrechtersbal.
2. Indien in een zaal ter ondersteuning van het dak spanten zijn aangebracht en deze bevinden zich eveneens boven het speelveld dan wordt, indien de bal deze spanten raakt, geacht dat de bal tegen het plafond is gekomen. De wedstrijd wordt hervat met een vrije schop, te nemen door de tegenstander op de plaats, waar de bal het laatst gespeeld c.q. aangeraakt werd.
3. Komt de bal tegen een toeschouwer, die zich binnen het speelveld bevindt, dan moet de scheidsrechter de wedstrijd onderbreken en hervatten met een scheidsrechtersbal.
4. Om de wedstrijd zo snel mogelijk te hervatten moet de speler c.q. het team, dat de wedstrijd moet hervatten, trachten de bal zo snel mogelijk in zijn bezit te krijgen. Indien dit naar het oordeel van de scheidsrechter wordt nagelaten, wordt de speler c.q. het team bestraft met een vrije schop wegens onbehoorlijk gedrag.

toelichting:
1. Een enkele maal komt het voor, dat tegelijkertijd meer dan een bal in het speelveld is. Zodra de scheidsrechter dit bemerkt, dient hij de wedstrijd te onderbreken om de bal, die niet op het speelveld thuishoort, te doen verwijderen. De wedstrijd wordt hervat met het laten vallen van de juiste speelbal, indien op het ogenblik van de onderbreking de bal in het spel was. Uiteraard zal de scheidsrechter ook hier naar het gezonde verstand te werk moeten gaan. Bevindt de tweede bal zich op de ene helft van het speelveld en ontwikkelt zich een aanval op de andere helft van het speelveld, dan is het verstandig even te wachten met de wedstrijd te onderbreken, omdat anders een team kan worden benadeeld.
2. Indien de bal tegen armaturen komt, die zich eventueel in een zaal boven het speelveld bevinden, dan moet de scheidsrechter handelen als in gevallen waarin de bal het plafond boven het speelveld heeft geraakt.
 
Artikel 10 Het behalen van een doelpunt
1. Een doelpunt is behaald, zodra een volgens de regels gespeelde bal de doellijn van het doelvlak volledig is gepasseerd.
2. Winnaar is de partij, die de meeste doelpunten heeft behaald. Indien geen doelpunt of door iedere partij een gelijk aantal doelpunten is behaald, eindigt de wedstrijd in een gelijk spel.

OfficiŽle beslissingen
1.Mocht een speler de bal vanuit een vrije schop rechtstreeks in zijn eigen doel plaatsen, dan mag de scheidsrechter geen doelpunt toekennen, maar moet hij de wedstrijd laten hervatten met een hoekschop.

toelichting:
1. Voor zover de regels niet anders bepalen, is een geldig doelpunt behaald, zodra de bal geheel en al door het doelvlak is gegaan, mits hij niet door een speler van het aanvallende team is geworpen of gedragen, of opzettelijk met de hand of de arm is geslagen en er geen andere overtreding aan vooraf is gegaan.
 
Artikel 11 De intrap
1. Wanneer de bal geheel en al over de zijlijn is gegaan, moet een tegenstander van degene die de bal het laatst heeft aangeraakt de bal intrappen op het punt van de zijlijn, waar de bal deze lijn is gepasseerd. De bal dient hierbij op of tegen de zijlijn te liggen.
2. De speler, die de bal intrapt, moet op het moment, dat hij de bal intrapt, met beide voeten achter de zijlijn staan.
3. Op het punt waar de bal wordt ingetrapt, moeten de tegenstanders tenminste 3 meter afstand in acht nemen.
4. De bal moet, mits voldaan is aan het onder punt 3 genoemde, binnen 3 seconden in het spel zijn gebracht.
5. De intrapper mag de bal niet opnieuw aanraken, voordat deze door een andere speler is gespeeld of aangeraakt.
6. Uit een intrap kan niet rechtstreeks een doelpunt worden behaald.

Straf
1. Indien de bal niet op de juiste wijze is ingetrapt, moet de bal door een tegenstander worden ingetrapt.
2. Wordt de bal niet binnen 3 seconden ingetrapt, dan hervat een tegenstander de wedstrijd met een vrije schop op de zijlijn op de plaats waar de overtreding werd begaan.
3. Belemmert een speler opzettelijk de loop van de wedstrijd door niet de juiste afstand in acht te nemen, dan wordt hij bestraft met 2 minuten straftijd. De wedstrijd wordt hervat met een vrije schop, te nemen door een tegenstander.
4. Indien de speler die de bal intrapt, de bal opnieuw aanraakt, voordat deze is aangeraakt of gespeeld door een ander speler, moet een vrije schop worden genomen door een tegenstander.

OfficiŽle beslissingen
1. Om de wedstrijd zo snel mogelijk te hervatten, moet de speler c.q. het team dat moet intrappen trachten de bal snel in zijn bezit te krijgen. Indien dit naar het oordeel van de scheidsrechter wordt nagelaten, wordt het betrokken team bestraft met een vrije schop wegens talmen, op de plaats waar de bal moest worden ingetrapt.
2. Indien de bal bij een intrap rechtstreeks in eigen doel gaat, moet de wedstrijd worden hervat met een hoekschop.
3. Indien de bal bij een intrap rechtstreeks in het doel van de tegenstander gaat, moet de wedstrijd worden hervat met een doelworp.
4. Bij twijfel wie de bal het laatst aanraakte, voordat deze de zijlijn passeerde, moet de scheidsrechter de intrap toekennen aan het team, op wiens speelhelft de bal de zijlijn heeft gepasseerd.

toelichting:
1. Gaat de bal juist over het snijpunt van de doellijn en de zijlijn uit, dan besluit de scheidsrechter tot een intrap en niet tot een doelworp of hoekschop.
2. Indien een speler bij de intrap de bal per ongeluk uit zijn handen laat vallen, moet de scheidsrechter de intrap laten overnemen.
3. De bal is in het spel zodra hij de voet van de intrapper heeft verlaten en tevens binnen het speelveld is, d.w.z. op of binnen de zijlijn. De bal behoeft om te mogen worden gespeeld, niet eerst de grond ten hebben geraakt.
4. Een speler die de bal intrapt, mag de bal niet opzettelijk tegen een tegenstander trappen. In dat geval moet een vrije schop aan de tegenstander worden toegekend op de plaats van de overtreding. De intrapper mag wel de bal tegen een medespeler trappen en daarna de bal spelen.
5. De intrapper behoeft niet met aaneengesloten benen of met de volle voet op de grond te staan, mits hij zorgt, dat hij op het moment dat hij de bal trapt met geen enkel deel van zijn voeten op of binnen de zijlijn op de speelvloer staat. Het is evenmin van belang of de intrapper gebukt of rechtop staande de bal intrapt.
6. Indien bij een juiste intrap de bal, zonder door een speler te zijn aangeraakt, uit het speelveld geraakt, bijv. doordat de bal tegen de scheidsrechter aankomt, dan moet een tegenstander de bal intrappen.
7. Het maken van een schijnbeweging bij de intrap is toegestaan, mist de intrap binnen 3 seconden wordt genomen.
8. Indien een speler, teneinde hieruit eventueel voordeel te behalen, de intrap zo snel neemt, dat een tegenstander niet in de gelegenheid is om de vereiste afstand van ten minste 3 meter in acht te nemen, mag de scheidsrechter de betrokken tegenstander niet bestraffen.

 
 
Artikel 12 De hoekschop
1. Wanneer de bal geheel en al de doellijn is gepasseerd, met uitzondering van het doelvlak en het laatst is aangeraakt door een speler van het verdedigende team, moet een speler van het aanvallende team een hoekschop nemen.
2. Een hoekschop wordt genomen door de bal neer te leggen op het snijpunt van de doellijn en zijlijn, het meest nabij de plaats waar de bal over de doellijn is gegaan, en van daar uit deze te trappen.
3. Bij het nemen van een hoekschop moeten de tegenstanders tenminste 3 meter van het hoekschoppunt blijven, totdat de hoekschop is genomen.
4. De hoekschop moet, mist voldaan is aan het gestelde onder punt 3, binnen 3 seconden nadat de bal is neergelegd, worden genomen.
5. De hoekschopnemer mag de bal niet voor de tweede maal spelen, voordat een andere speler de bal heeft gespeeld of aangeraakt.
6. Uit een hoekschop kan niet rechtstreeks worden gedoelpunt.

Straf
Voor een overtreding van deze regel moet de overtreder bestraft worden met een vrije schop, te nemen op vrije schoplijn, waar deze de zijlijn raakt.

OfficiŽle beslissingen
1. Mocht de bal, nadat hij door de nemer op de juiste plaats is gelegd, zich nog verplaatsen zonder toedoen van een van de spelers, dan wordt de bal geacht stil te liggen en kan de hoekschop worden genomen.
2. Om de wedstrijd zo snel mogelijk te hervatten moet de speler c.q. het team dat de hoekschop moet nemen, trachten de bal zo snel mogelijk in bezit te krijgen. Indien dit, naar het oordeel van de scheidsrechter, wordt nagelaten, wordt dit team wegens talmen bestraft met een vrije schop, te nemen op de vrije schoplijn.
3. Bij twijfel wie de bal het laatst aanraakte, voordat deze de doellijn passeerde, moet de scheidsrechter de wedstrijd laten hervatten door middel van een doelworp.

toelichting:
1. Indien de bal bij een intrap rechtstreeks het eigen doelvlak volledig passeert, moet de wedstrijd worden hervat met een hoekschop.
2. Indien een speler, teneinde hieruit eventueel voordeel te behalen, de hoekschop zo snel neemt, dat een tegenstander niet in de gelegenheid is om de vereiste afstand van ten minste 3 meter in acht te nemen, mag de scheidsrechter de betrokken tegenstander niet bestraffen.
 
Artikel 13 De doelworp
1. Wanneer de bal geheel en al over de doellijn is gegaan, behalve wanneer een doelpunt is behaald, moet de bal, indien deze het laatst is aangeraakt door een speler van het aanvallende team, door de doelverdediger rechtstreeks buiten het doelgebied in het spel worden gebracht.
2. De doelverdediger moet hierbij, staande binnen zijn doelgebied, de bal met een of twee handen werpend in het spel brengen; hierbij mag de bal de middenlijn overschrijden.
3. De doelverdediger mag na het nemen van de doelworp, binnen zijn doelgebied, de bal niet opnieuw in zijn hand(en) nemen (Zie artikel 7; ďDoor de doelverdedigerĒ), tenzij een tegenstander de bal het laatst heeft geraakt en/of er sprake is van een doelpoging, waarbij hij de bal afweert en deze binnen zijn eigen doelgebied blijft.
4. De tegenstanders van de doelverdediger, die de doelworp moet nemen, dienen bij het nemen daarvan zorg te dragen zich buiten het doelgebied te bevinden.
5. Nadat de doelverdediger de bal in zijn bezit heeft gekregen en in zijn doelgebied is teruggekeerd, moet de doelworp binnen 3 seconde genomen worden, mits voldaan is aan het gestelde onder punt 4

Straf
Voor een overtreding van deze regel moet de overtreder bestraft worden met een vrije schop, te nemen op de vrije schoplijn, of een strafschop (of volgens de sanctie van spelbederf)

OfficiŽle beslissing
Om de wedstrijd zo spoedig mogelijk te hervatten moet de doelverdediger trachten de bal snel in zijn bezit te krijgen. Indien dit, naar het oordeel van de scheidsrechter, wordt nagelaten, wordt zijn team wegens talmen gestraft met een vrije schop, te nemen door de tegenstander op de vrije schoplijn midden voor het doel.

toelichting:
1. Onder "moet de bal door de doelverdediger rechtstreeks buiten het doelgebied in het spel worden gebracht" dient te worden verstaan: de bal mag niet door een andere speler worden gespeeld of aangeraakt, voordat hij buiten het doelgebied is gekomen; de bal mag echter wel binnen het doelgebied de grond raken.
2. Wanneer de doelverdediger bij het nemen van de doelworp met de bal in zijn handen buiten zijn doelgebeid komt, dient hij te worden bestraft met een vrije schop, te nemen op de vrije schoplijn; dit dient namelijk te worden beschouwd als het op onjuiste wijze uitvoeren van de doelworp.
3. Wanneer de doelverdediger de wedstrijd zo snel met de doelworp hervat, dat er nog tegenstanders zich binnen zijn doelgebied bevinden, moet de scheidsrechter de wedstrijd niet onderbreken, indien deze tegenstanders geen invloed hebben op het nemen van de doelworp.
4. Indien de doelverdediger, teneinde hieruit eventueel voordeel te behalen, de doelworp zo snel neemt dat een tegenstander niet in de gelegenheid is om zich tijdig buiten zijn doelgebied te begeven, mag de scheidsrechter de betrokken tegenstander niet bestraffen.
 
Artikel 14 De vrije schop
1. Een vrije schop moet worden genomen op de plaats van overtreding.
Wordt echter een vrije schop toegekend in het gebied tussen de doellijn en de vrije schoplijn dan moet deze genomen worden vanaf een punt op de vrije schoplijn, zo dicht mogelijk bij de plaats van overtreding.
2. Bij het nemen van een vrije schop moeten de tegenstanders een afstand van tenminste 3 meter van de bal in acht nemen. De bal is in het spel, zodra deze een afstand van plus minus 65 cm heeft afgelegd.
3. De vrije schop moet, mits voldaan is aan het gestelde onder punt 2, binnen 3 seconden worden genomen.
4. De bal behoeft niet stil te liggen, wanneer de vrije schop wordt genomen.
5. De nemer mag de bal niet voor de tweede maal spelen, alvorens de bal is gespeeld of aangeraakt door een andere speler.
6. De vrije schop dient indirect plaats te vinden.

Straf
Voor een overtreding van deze regel moet de overtreder worden bestraft met een vrije schop.

OfficiŽle beslissing
Indien een tegenstander tracht de wedstrijd te beÔnvloeden door opzettelijk te talmen bij het in acht nemen van de voorgeschreven afstand, dan moet hij worden bestraft met 2 minuten straftijd.

toelichting:
1. Onder "de bal behoeft niet stil te liggen" wordt verstaan, dat de bal, na neergelegd te zijn nog wegrolt zonder toedoen van een van de spelers.
2. Indien een speler opzettelijk de voorgeschreven afstand niet in acht neemt, moet de scheidsrechter deze speler bestraffen, echter niet de speler die binnen 3 seconden de wedstrijd hervat.
3. Indien door spelers van beide teams tegelijkertijd overtredingen worden begaan, moet die overtreding worden bestraft, waarop de zwaarste straf staat.
4. Indien door hetzelfde team twee overtredingen onmiddellijk na elkaar worden begaan, waarbij de scheidsrechter geen gelegenheid had voor de eerste te fluiten, voordat de tweede plaatsvond, moet de scheidsrechter de overtreding bestraffen, welke hij het eerst heeft geconstateerd
5. Indien een speler, teneinde hieruit eventueel voordeel te behalen, de vrije schop zo snel neemt, dat een tegenstander niet in de gelegenheid is om de vereiste afstand van ten minste 3 meter in acht te nemen, mag de scheidsrechter de betrokken tegenstander niet straffen.
6. Indien bij het nemen van een vrije schop de bal rechtstreeks in het eigen doel geplaatst wordt, moet de wedstrijd worden hervat met een hoekschop.
7. Bij een vrije schop dient de bal eerst door een medespeler te zijn geraakt, alvorens hieruit een geldig doelpunt kan worden gescoord.
 
Artikel 15 De strafschop
1. De strafschop moet worden genomen vanaf het strafschoppunt. De bal moet stilliggen.
2. Wanneer een strafschop wordt genomen, moeten alle spelers, met uitzondering van de speler die de strafschop neemt en de doelverdediger van de tegenstander, zich binnen het speelveld, maar achter de strafschopgebiedlijn bevinden.
3. De doelverdediger moet, tot de bal is gespeeld, op de doellijn tussen de doelpalen blijven staan, zonder daarbij zijn voeten te verplaatsen.
4. De speler die de strafschop neemt, moet zijn aanloop nemen binnen de vrije schoplijn. (stippellijn)
5. De speler die de strafschop neemt, moet de bal naar voren trappen en mag de bal niet opnieuw aanraken, voordat deze door een andere speler is gespeeld of aangeraakt.
6. Na het fluitsignaal van de scheidsrechter voor het nemen van de strafschop moet de strafschopnemer deze binnen 3 seconden nemen.
7. De bal is in het spel zodra deze afstand van ťťn omwenteling heeft afgelegd
8. Uit een strafschop kan rechtstreeks worden gedoelpunt.
9. Zonodig word de speeltijd na de eerste of tweede speelhelft verlengd voor het nemen van een strafschop.

Straf
Voor een overtreding van deze regel:
a) Door het verdedigende team moet de strafschop worden overgenomen, indien hieruit geen doelpunt is ontstaan.
b) Door een speler van het aanvallende team, uitgezonderd de nemer van de strafschop, dient de strafschop te worden overgenomen, indien hieruit een doelpunt is ontstaan.
c) Door een speler van het aanvallende team, uitgezonderd de nemer van de strafschop,dient aan de tegenstander een vrije schop te worden toegekend op de plaats van overschrijding van de strafschopgebiedlijn, indien hieruit geen doelpunt is ontstaan.
d) Door de strafschopnemer, moet aan de tegenstander een vrije schop worden toegekend, te nemen op de vrije schoplijn. (stippellijn)
e) Door beide teams gelijktijdig, moet de strafschop worden overgenomen.

OfficiŽle beslissingen
1. De scheidsrechter mag het teken voor het nemen van de strafschop niet geven, voordat alle spelers hun juiste plaats hebben ingenomen.
2. Wanneer een wedstrijd wordt verlengd voor het nemen van een strafschop, eindigt de wedstrijd zodra de strafschop reglementair is uitgewerkt, d.w.z.:

a) De bal gaat rechtstreeks in het doel; een doelpunt is dan behaald en de wedstrijd eindigt op het ogenblik, dat de bal geheel en al het doelvlak is gepasseerd;
b) De bal stuit via de doelpaal of de doellat in het doel, er is dan een doelpunt behaald en de wedstrijd eindigt op het ogenblik, dat de bal geheel en al het doelvlak is gepasseerd;
c) De bal gaat over de lijn buiten de doelpalen of over de doellat; de wedstrijd eindigt op het ogenblik, dat de bal buiten het speelveld is gekomen
d) De bal raakt een doelpaal of doellat en stuit terug in het speelveld; de wedstrijd eindigt op het ogenblik, dat de bal in het speelveld terugstuit;
e) De bal komt in het doel, nadat de doelverdediger hem heeft aangeraakt; er is dan een doelpunt behaald en de wedstrijd eindigt op het ogenblik, dat de bal de doellijn van het doelvlak geheel en al is gepasseerd;
f) De bal wordt duidelijk tegengehouden door de doelverdediger; de scheidsrechter moet onmiddellijk affluiten. Indien de doelverdediger daarna per ongeluk de bal laat vallen over de doellijn, ontstaat er geen doelpunt, want de wedstrijd was reeds geŽindigd.

3. Elke speler, die handelingen pleegt met het oogmerk een goede uitvoering van de strafschop te beÔnvloeden, dient bestraft te worden met 2 minuten straftijd.
4. Indien de bal, nadat de strafschop is genomen, door een handeling van buitenaf wordt tegengehouden op zijn weg naar het doel, dan moet de strafschop worden overgenomen.

toelichting:
1. De stafschop is een van de zwaarste straffen, die gegeven kan worden. De strafschop mag alleen worden toegekend, wanneer de scheidsrechter ten volle overtuigd is dat de overtreding opzettelijk werd begaan.
2. Indien een speler, die een strafschop neemt, de bal ongeveer een meter schuin naar voren trapt, waarna een speler van zijn eigen team, die snel komt toelopen, de bal in het doel schiet, is dit doelpunt geldig. Was voor het nemen van een strafschop de speeltijd verlengd, dan wordt in bovengenoemd geval bij de tweede schop de speeltijd als verstreken geacht, aangezien de strafschop zijn uitwerking heeft gehad.
3. Wanneer een speler een overtreding, welke met een strafschop moet worden bestraft, in eigen strafschopgebied begaat, moet de scheidsrechter tegen diens team een strafschop laten nemen, onafhankelijk van de plaats, waar de bal -mits deze in het spel was - zich bevond op het ogenblik van de overtreding.
4. Wanneer een strafschop tegen de lat of de paal wordt geschoten, waarna de bal in het speelveld terugspringt, dan mag de strafschopnemer hem niet opnieuw spelen. Doet hij dit toch, dan wordt een vrije schop aan de tegenstander toegekend. Wordt de bal door de doelverdediger aangeraakt, dan mag de strafschopnemer de bal wel opnieuw spelen.
5. Tracht een speler van het verdedigende team de bal met de hand uit het doel te slaan, doch wordt er desondanks een doelpunt behaald, dan dient de scheidsrechter dit doelpunt toe te kennen en voor deze overtreding geen strafschop te geven.
 
Artikel 16 De scheidsrechtersbal
1. Na elke tijdelijke onderbreking van de wedstrijd door de scheidsrechter om een andere reden dan elders in deze regels genoemd, moet de scheidsrechter, mits de bal op het moment van onderbreken nog in het spel was, de wedstrijd laten hervatten met een scheidsrechtersbal.
2. Hij doet dit door de bal te laten vallen tussen twee spelers (van elk team een) op de plaats, waar de bal zich bevond op het moment dat de wedstrijd werd onderbroken. Alle overige spelers moeten een afstand in acht nemen van ten minste 3 meter. Wordt een scheidsrechtersbal toegekend in het gebied tussen de doellijn en de vrije schoplijn dan moet deze genomen worden op het punt van de vrije schoplijn (stippellijn) zo dicht mogelijk bij de plaats, waar de bal zich bevond op het moment dat de wedstrijd werd onderbroken.
3. Een speler mag de bal niet aanraken, voordat deze de grond heeft geraakt.
4. De bal is in het spel, zodra deze de grond heeft geraakt.

Straf
Voor een overtreding van deze regel moet de overtreder worden bestraft met een vrije schop.

OfficiŽle beslissingen
1. Indien de bal over de doel - of zijlijn gaat, nadat de scheidsrechter hem heeft laten vallen, maar voordat hij door een speler is aangeraakt, dan moet de scheidsrechtersbal worden overgenomen.
2. Indien een speler bij het laten vallen van de bal door de scheidsrechter een overtreding begaat, voordat de bal de grond heeft geraakt, moet de betrokken speler worden bestraft overeenkomstig de bij deze overtreding behorende straf.
 
Artikel 17 Overtredingen en wangedrag
De vrije schop/strafschop
Een vrije schop moet worden toegekend, indien een speler, terwijl de bal in het spel is, opzettelijk een van de hieronder genoemde overtredingen begaat:

1. Een tegenstander trapt of poogt te trappen.
2. Een tegenstander doet vallen, waaronder is te verstaan het laten vallen of pogen te laten vallen met behulp van de benen of door voor of achter hem te bukken.
3. Door een sliding de bal voor de voeten van een tegenstander weg speelt of poogt weg te spelen.
4. Op of naar een tegenstander, al of niet in het bezit van de bal, springt.
5. Een tegenstander op ruwe of gevaarlijke wijze aanvalt.
6. Een tegenstander slaat of poogt te slaan.
7. Een tegenstander vasthoudt of hem duwt met de hand of arm.
8. De bal met de hand of arm speelt (dit slaat niet of de doelverdediger, wanneer de bal zich binnen zijn eigen doelgebied bevindt, tenzij het een terugspeelbal betreft).

Begaat een speler een van bovenvermelde overtredingen binnen zijn eigen strafschopgebied, dan moet hij worden bestraft met een strafschop.
De strafschop kan worden toegekend onafhankelijk van de plaats, waar de bal zich bevindt, mits deze in het spel is op het ogenblik, dit de overtreding binnen het strafschopgebied plaatsvond.

Bovendien wordt een speler bestraft met een vrije schop, als hij zich schuldig maakt aan een van de volgende overtredingen:

1. Opzettelijk lichamelijk contact veroorzaakt.
2. Een speelwijze volgt, die gevaar oplevert voor een tegenstander of voor de speler zelf.
3. Naar het oordeel van de scheidsrechter spelbederf pleegt, door de bal opzettelijk op zodanige wijze te trappen (b.v. In de tribune) dat deze daardoor aan het spel wordt ontrokken.
4. Bij spelhervatting naar het oordeel van de scheidsrechter opzettelijk talmt de bal in zijn bezit te krijgen.
5. Een tegenstander toeroept met een kennelijke bedoeling en opzet deze te misleiden.
6. Opzettelijk een tegenstander hindert, terwijl hij de bal niet speelt of deze niet binnen speelbereik heeft.
7. Naar het oordeel van de scheidsrechter zich onbehoorlijk gedraagt.
8. Het uit de hand wegtrappen door de doelverdediger.

Tijdstraf
Naast de hiervoor aangegeven vrije schop c.q. strafschop worden de spelers bovendien bestraft (2 of 5 minuten) bij:

1. Het uitvoeren van een sliding (als bedoeld in deze regel onder toelichting 6)
2. Het op ruwe of gevaarlijke wijze aanvallen van een tegenstander.
3. Het vasthouden of duwen van een tegenstander met de hand of arm.
4. Het door woord of gebaar zijn misnoegen kenbaar maken over de leiding (onbehoorlijk gedrag).
5. Het bij herhaling opzettelijk overtreden van dezelfde spelregel (onbehoorlijk gedrag).
6. Het opzettelijk niet in acht nemen van de vereiste afstand bij spelhervattingen.
7. Het naar het oordeel van de scheidsrechter uit ballorigheid wegschoppen van de bal; b.v. opzettelijk de bal tegen het plafond of daarin of daaronder aangebrachte armaturen trappen (onbehoorlijk gedrag).
8. Het plegen van spelbederf.
9. Het plegen van elke handeling, die een goede uitoefening van de strafschop nadelig beÔnvloedt.

Definitief verwijderen
Een speler moet definitief verwijderd worden van het speelveld, indien hij zich schuldig maakt aan een van de volgende handelingen:

1. Een gewelddadige handeling of ernstig gemeen spel
2. Wangedrag t.o.v.leiding en spelers
3. Onbehoorlijk of beledigende taal bezigen
4. bij herhaling zich schuldig maken aan onbehoorlijk gedrag

OfficiŽle beslissingen
1. Tijdelijk uit het speelveld verwijderde spelers moeten plaatsnemen bij de secretaris/tijdwaarnemer, die hen waarschuwt wanneer de straftijd is verstreken, waarna de spelers weer aan de wedstrijd kunnen deelnemen.
2. De in de eerste speelhelft opgelegde straftijd loopt door in de tweede speelhelft.
3. Het spuwen naar personen, of dergelijk ongepast gedrag wordt gelijkgesteld met een gewelddadige handeling.
4. Een speler, coach of verzorger, die definitief wordt verwijderd, moet de speelzaal verlaten en mag niet plaatsnemen op de bank van de wisselspelers.
5. Indien een speler tijdelijk of definitief van het speelveld wordt verwijderd, zal de scheidsrechter de wedstrijd pas laten hervatten, nadat de betrokken speler het speelveld heeft verlaten.
6. Indien een speler bestraft wordt met een tijdstraf, moet de secretaris/tijdwaarnemer deze tijdstraf pas laten ingaan op het moment dat de scheidsrechter de wedstrijd weer laat hervatten.

toelichting:
1. In het algemeen zal de scheidsrechter bij een overtreding, waarop een tijdstraf staat, straffen met 2 minuten straftijd.
Opzettelijke herhaling van dergelijke overtredingen, zulks naar het oordeel van de scheidsrechter, kan hij ook bestraffen met 5 minuten straftijd op te leggen.
2. Indien de scheidsrechter een speler een tijdstraf heeft opgelegd, kan hij deze wijzigen in een zwaardere tijdstraf dan wel in een definitieve verwijdering, zodra hij de wedstrijd echter weer hervat is, kan de scheidsrechter de betrokken speler daarenboven een extra straftijd (2 of 5 minuten) dan wel een definitieve verwijdering opleggen, indien deze speler zich op de strafbank misdraagt.
3. Een tijdstraf dient persoonlijk uitgezeten te worden en de betrokken spelers mogen gedurende de straftijd niet vervangen worden.
4. Bij het bestraffen van lichamelijk contact dient de scheidsrechter er zeer goed op te letten weke speler dit veroorzaakt heeft; het gebeurt nog te vaak, dat de uitlokker hiervan (dus in feite de veroorzaker!) ten onrechte de vrije schop toegewezen krijgt.
5. Voorbeelden van een speelwijze die gevaar oplevert voor een tegenstander of voor de speler zelf, zijn:

a) Met de voet ter hoogte van het hoofd trachten de bal op zodanige wijze te spelen, dat een tegenstander hierdoor gevaar loopt;
b) Het zeer laag bij de grond de bal koppen, indien een tegenstander tracht de bal te trappen;
c) Naar de bal trappen, terwijl deze door de doelverdediger wordt vastgehouden.

6. Onder een sliding wordt verstaan:

a) het met de voet(en) over de speelvloer glijdend de bal voor de voeten van een tegenstander wegspelen of trachten weg te spelen.
b) Met lette er wel op, dat een sliding niet strafbaar is, indien er geen tegenstander zich in de nabijheid van de betrokken speler bevindt.
c) Bij een sliding zit aan de vrije schop c.q. strafschop steeds automatische een tijdstraf vast.


7. Tijdstraffen welke zijn opgelegd gedurende de wedstrijd, vervallen bij het eindsignaal van de wedstrijd, derhalve zijn alle spelers verplicht deel te nemen aan het nemen van de strafschoppen. Tot de wedstrijd behoort een eventuele verlenging.
 

© 1985 - H.Z.V.F.